Barometer 2017-12-04T10:22:04+00:00

Luchtdruk

24 uurs luchtdrukverloop

Uitleg

Lucht heeft gewicht. 1 liter lucht weegt 0,003 gram. Om de aarde bevindt zich de dampkring tot een hoogte van 10 km.

Luchtdruk ontstaat doordat de kolom lucht van 10km op het aardoppervlak drukt en kan worden uitgedrukt in een waarde.

Deze waarde geeft de druk aan op een oppervlakte van 1 m2. Tegenwoordig wordt hiervoor de hectopascal gebruikt. 1 hPa = 100 N/m2.

De luchtdruk varieert van plaats tot plaats en ligt aan het aardoppervlak tussen de 940 en 1060 hPa. Maar in de kern van tropische stormen kan de lucht dalen tot onder de 900 hPa.

Luchtdrukverschillen ontstaan door de onregelmatige verwarming van de aarde. Wordt lucht verwarmd dan zal deze uitzetten, het gewicht wordt minder en de druk zal afnemen. De natuur wil dit verschil opheffen en er stroomt lucht van een plaats met hoge luchtdruk naar een plaats met lage luchtdruk. Wij ervaren dit als wind. Hoe groter het verschil tussen hoge en lage luchtdruk, hoe harder het waait.

Op kaarten worden lijnen van gelijke luchtdruk getekend, de zogenaamde isobaren. Liggen deze isobaren dicht bij elkaar, dan is er sprake van een groot drukverschil over een kleine afstand en zal het harder waaien. Gebieden met hoge druk worden aangegeven met een H en gebieden met lage luchtdruk met een L. In een lagedrukgebied stijgt de lucht grootschalig op en in een hogedruk gebied daalt de lucht.

In onderstaande video uit 2009 legt Peter Timofeeff wat luchtdruk is:

Records

de Bilt26-01-1932vlag nlmax1050,0 hPa
Eelde27-01-1983vlag nlmin954,2 hPa
Agata31-12-1968vlag earthmax1083,5 hPa
bij Guam12-10-1979vlag earthmin870 hPainfo gevoelstemp

Analyse

De weerkaart hierboven is gebaseerd op de uitkomsten van de atmosferische modellen HIRLAM (analyse) en ECMWF (prognoses). Fronten zijn voorzien van weersymbolen.

positie van kern lagedrukgebied en centrum hogedrukgebied.
koufront, punten geven bewegingsrichting aan dichte symbolen: aan de grond open symbolen: in de hogere luchtlagen.
warmtefront, bolletjes geven bewegingsrichting aan dichte symbolen: aan de grond open symbolen: in de hogere luchtlagen.
occlusie, symbolen geven bewegingsrichting aan dichte symbolen: aan de grond open symbolen: in de hogere luchtlagen.
trog (koude lucht aanwezig in de bovenlucht, verschillende tekenwijzen).
Convergentielijn, plaats waar twee verschillende luchtstromen bij elkaar komen waardoor een stijgende luchtbeweging ontstaat.